De Rechtspraak ziet in de
motie-Van Nispen(officielebekendmakingen.nl), die gisteren door de Tweede Kamer is aangenomen en waarin de regering wordt gevraagd een wetsvoorstel voor te bereiden om te komen tot een aparte begroting voor de Rechtspraak, een belangrijke stap in het verder benadrukken van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Met het aannemen van de motie laat de Tweede Kamer opnieuw zien werk te willen maken van het versterken van de positie van de Rechtspraak.
Eerder nam de Kamer al een motie aan waarmee de regering wordt opgeroepen om de invloed van de minister bij benoemingen van leden van de Raad voor de rechtspraak
te verminderen (officielebekendmakingen.nl), waar ook de Rechtspraak voorstander van is. Begin dit jaar
pleitte Henk Naves, voorzitter van de Raad, om nog een stap extra te zetten door de positie van de Raad te verankeren in de Grondwet. Nu is deze geregeld in de Wet op de rechterlijke organisatie, wat ten opzichte van een grondwettelijke positie veel minder bescherming biedt tegen politieke inmenging omdat zo'n 'gewone' wet veel makkelijker kan worden gewijzigd.
De Rechtspraak volgt de ontwikkelingen nauwlettend en kijkt met interesse uit naar hoe staatssecretaris Struycken (Rechtsbescherming) deze en andere noodzakelijke verbeteringen in het belang van een sterke, onafhankelijke en toegankelijke rechtspraak verder wil doorvoeren.
In 2017 diende SP-Kamerlid Van Nispen al een initiatiefwetsvoorstel in waarmee een onafhankelijke begroting voor de Rechtspraak moest worden geregeld. De Tweede Kamer stemde hier destijds
niet mee in. Met het aannemen van de nieuwe motie laat de huidige Tweede Kamer zien toch voorstander te zijn van zo'n aparte begroting. Op dit moment is de begroting van de Rechtspraak onderdeel van de begroting van het ministerie van Justitie en Veiligheid, wat niet past bij de onafhankelijke rol van een staatsmacht.